Ga verder naar de inhoud

AI in je lesvoorbereiding: bewust en kritisch

Alle niveau's
Theorie

Leerkrachten bereiden lessen steeds vaker voor met behulp van generatieve taalmodellen. Voor velen betekent dat een echte tijdswinst: een activiteit aanpassen, een tekst vereenvoudigen, extra voorbeelden zoeken … het kan sneller dan ooit. Maar sneller is niet altijd beter. Want hoe zorg je ervoor dat je lesvoorbereiding onderbouwd, evenwichtig en pedagogisch sterk blijft? 

Wij erkennen deze realiteit en willen er niet van wegkijken. Integendeel: we willen je helpen om generatieve AI op een bewuste, kritische manier in te zetten en daarbij ons lesmateriaal als stevige basis te gebruiken. Kwalitatief materiaal als vertrekpunt en AI als hulpmiddel, nooit omgekeerd. 

Op deze pagina delen we hoe wij bij Djapo nadenken over AI in de onderwijspraktijk: ons vertrekpunt, onze keuzes en de aandachtspunten die wij meenemen telkens wanneer we zelf een taalmodel gebruiken. 

Ons vertrektpunt: het AI-manifest

Voordat we met generatieve AI aan de slag gingen, stelden we onszelf een aantal vragen. Wat betekent AI voor ons werk, voor kinderen en jongeren, voor de manier waarop we onderwijs vormgeven, …? Samen met Fairy verkenden we mogelijkheden en risico's en schreven we ons AI-manifest: een kompas van acht principes dat ons helpt om bewust en verantwoord met AI om te gaan.

De kern? Wij bepalen zelf de richting. We leren door te spelen, vullen blinde vlekken aan, beschermen data en kijken kritisch naar Big Tech. AI versterkt ons werk, het vervangt het nooit.

Wat bedoelen we met ‘generatieve AI' en ‘taalmodellen'?

Onze keuze voor een taalmodel: vanuit ons waardenkader

Er bestaan intussen tientallen taalmodellen, elk met hun eigen sterktes, beperkingen en achterliggende bedrijfslogica. Wij doen geen expliciete aanbeveling, want de context van elke leerkracht, school en organisatie is anders, maar we delen wel hoe wij zelf nadenken over deze keuze. 
 
Vanuit ons AI-manifest streven wij ernaar om steeds te werken met een taalmodel dat: 

  • transparant communiceert over hoe het omgaat met onze data en die van onze doelgroep (principe 7: wij beschermen onze data); 
  • ontwikkeld en beheerd wordt door een organisatie die haar ecologische voetafdruk erkent en er actief aan werkt die te verkleinen (principe 5: bewust omspringen met energie); 
  • zoveel mogelijk open verantwoording aflegt over trainingsdata, beperkingen en mogelijke vertekeningen, zodat we weten waarmee we werken (principe 1: wij bepalen zelf de richting). 

We begrijpen dat lang niet elke leerkracht of school de tijd heeft om deze afweging zorgvuldig te maken, maar door te benoemen wat wij nastreven, hopen we je te inspireren om ook zelf even stil te staan bij de vraag: welk taalmodel gebruik ik eigenlijk, en waarom? 

Aandachtspunten bij het werken met generatieve AI

Begrijp wat een taalmodel is (en wat niet) 

Een taalmodel ziet de werkelijkheid als een aaneenschakeling van patronen en kansen. Een antwoord is steeds de meest waarschijnlijke volgende reeks tekst als reactie op jouw vraag. Dat heeft een aantal consequenties die je als leerkracht best in het achterhoofd houdt: 

  • Een taalmodel begrijpt niets. Het berekent. 
    Een taalmodel genereert antwoorden op basis van patronen in een enorme hoeveelheid tekst. Het berekent wat de meest waarschijnlijke volgende reeks woorden is als reactie op jouw vraag, niet meer, niet minder. Er zit geen begrip, geen intentie en geen oordeel achter. Dat maakt taalmodellen verrassend capabel en fundamenteel beperkt tegelijk. Onthoud dit telkens wanneer je output leest die overtuigend klinkt, maar toch niet helemaal klopt. 
     
  • Taalmodellen verifiëren niets. 
    Feiten, namen, data, bronnen, citaten, …: een taalmodel controleert niets. Het genereert wat waarschijnlijk lijkt, en dat klinkt vaak geloofwaardig, ook wanneer het fout is. Dit fenomeen heet 'hallucineren'. Controleer altijd zelf wat je wil gebruiken, zeker wanneer je werkt met namen van organisaties, wetgeving, wetenschappelijke inzichten of actuele cijfers. 
     
  • Taalmodellen baseren zich op alles, ook op minder goede bronnen. 
    Taalmodellen zijn getraind op een enorme hoeveelheid online tekst, inclusief bronnen die minder onderbouwd of ronduit fout zijn. De output is dus maar zo sterk als de bronnen waarop het model getraind werd, en die zijn voor jou als gebruiker grotendeels onzichtbaar. Vertrek daarom altijd vanuit kwalitatief, bestaand lesmateriaal en gebruik een taalmodel om dat materiaal aan te passen aan jouw context, doelgroep of lesdoelen, niet omgekeerd.

     

Weet wat een taalmodel niet kan overnemen 

Een taalmodel heeft geen toegang tot jouw klas, jouw leerlingen of de sfeer in je klaslokaal. Het kent geen context die jij niet zelf aanlevert, en het voelt niets. Dat klinkt vanzelfsprekend, maar in de praktijk is het verleidelijk om AI verder te laten gaan dan het zou mogen. Deze aandachtspunten helpen je om die grens te bewaken: 

  • Taalmodellen kennen jouw klas niet. 
    Een taalmodel weet niets over de dynamiek, de achtergrond of de behoeften van jouw leerlingen. Jij wel. Omschrijf je lescontext daarom zo concreet mogelijk in je vraag: de leeftijd en het niveau van je leerlingen, relevante achtergrondinformatie, de beschikbare lestijd en het doel dat je voor ogen hebt. Hoe specifieker je vraag, hoe relevanter het antwoord en hoe minder werk je achteraf hebt om de output bij te sturen. 
     
  • Taalmodellen kennen geen emoties. 
    Een taalmodel heeft geen gevoel voor wat een onderwerp met leerlingen doet. De emotionele laag van een les - het aanvoelen van de sfeer, het inschatten van kwetsbaarheid, het omgaan met heftige of verrassende reacties - laat je niet over aan AI. Dat blijft jouw terrein als leerkracht, en het is precies dat terrein dat het verschil maakt tussen een activiteit die op papier klopt en een les die echt werkt.
     
  • Taalmodellen vereenvoudigen en missen nuance.
    Patronen in trainingsdata leiden vaak tot middelmatige, vlakke antwoorden. Bij thema's waar meerdere perspectieven mogelijk of noodzakelijk zijn, zal een taalmodel al snel één visie centraal stellen: degene die het meest voorkoment in zijn trainingsdata. Controleer de output dus actief op meerstemmigheid en stuur bij als je merkt dat één stem domineert. Je kan het taalmodel ook expliciet vragen om andere perspectieven te benoemen, of om aan te geven welke stemmen ontbreken in een antwoord. 
     
  • Taalmodellen genereren stereotypen. 
    Bij het genereren van casussen, voorbeelden of personages reproduceert een taalmodel de stereotypen die dominant aanwezig zijn in zijn trainingsdata. Wees je daarvan bewust en stuur actief bij, tenzij je net wil werken met stereotypen om ze te ontmaskeren of bespreekbaar te maken. In dat geval is het een bewuste keuze, geen onbedoeld bijproduct. 

     

Werk er slim en kritisch mee 

Weten wat een taalmodel niet kan, is één ding. Weten hoe je het wél goed inzet, is een ander. De tips hieronder helpen je om gerichtere vragen te stellen, de output sterker te beoordelen en ons lesmateriaal als stevige basis te houden: 

  • Een goede prompt is concreet, niet vaag. 
    Hoe concreter je vraag, hoe bruikbaarder het antwoord. Een sterke prompt bevat minstens drie dingen: de context (wie zijn je leerlingen, welk materiaal gebruik je), de opdracht (wat wil je bereiken) en de gewenste vorm (bijvoorbeeld 'geef me drie varianten', 'schrijf in eenvoudige taal voor 10-jarigen' of 'behoud de opbouw van de oorspronkelijke activiteit'). Een vage vraag zoals 'maak een les over klimaat' levert een vaag antwoord op. Een specifieke vraag levert iets bruikbaars. 
     
  • Gebruik AI als klankbord, niet als auteur. 
    Er is een belangrijk verschil tussen een taalmodel iets laten schrijven en het gebruiken om je eigen ideeën te toetsen of aan te scherpen. Vraag het taalmodel om kritisch te reageren op een lesvoorbereiding die jij schreef, om zwakke plekken in een activiteit te benoemen, of om te helpen een bestaande opdracht te verbeteren, in plaats van alles van nul te laten genereren. Die aanpak levert doorgaans sterkere, relevantere output en houdt jou aan het roer. 

AI in combinatie met Djapo-materiaal

Twee extra aandachtspunten specifiek voor het gebruik van generatieve AI in combinatie met Djapo-materiaal: 

  • Verwijs steeds naar ons materiaal in je prompt. 
    Kopieer de volledige Djapo-werkvorm of -les (Ctrl+A en Ctrl+C) en plak die in het taalmodel (Ctrl+V) samen met je vraag. Zo zorg je ervoor dat het taalmodel vertrekt vanuit de oorspronkelijke opbouw en formulering van onze activiteit, in plaats van iets nieuws te verzinnen dat er oppervlakkig op lijkt. Hoe meer context je meegeeft, hoe meer het taalmodel gefocust blijft op wat jij effectief wil bereiken. 
     
  • Bewaar de maatschappijkritische kern. 
    Djapo-materiaal is bewust ontworpen om leerlingen kritisch te leren denken over de wereld. Een taalmodel dat materiaal aanpast, zal die laag soms gladstrijken: scherpe vragen worden vager, structurele ongelijkheden verdwijnen naar de achtergrond en meerstemmigheid wordt ingeruild voor een vlotte consensus. Lees de output daarom altijd na met die blik: is de diepgang bewaard? Worden de thema's nog met de nodige complexiteit behandeld? 

Tot slot: jij bepaalt de richting

Generatieve AI kan een waardevol hulpmiddel zijn in de voorbereiding van je lessen, maar het is geen vervanging voor vakkennis, pedagogisch inzicht of de kennis van jouw specifieke lescontext. De mooiste lessen ontstaan nog altijd door de combinatie van goed lesmateriaal, een bevlogen leerkracht en de interactie met leerlingen. 

Gebruik AI als gereedschap: je pakt het op wanneer het helpt, en je legt het neer wanneer het dat niet doet. En twijfel je? Dan is ons lesmateriaal altijd een goed vertrekpunt, ook zonder taalmodel. 

Ontdek ons lesmateriaal over AI

Wanneer mag AI voor mij denken?

Mogen leerlingen hun huiswerk door een taalmodel laten schrijven? Wie beslist mee over hoe generatieve AI in scholen wordt gebruikt? In deze les verkennen leerlingen van de eerste en tweede graad secundair onderwijs hun eigen grenzen rond het gebruik van generatieve AI.

Gebouwd door wie, voor wie?

AI beslist steeds vaker mee over wat we te zien krijgen op sociale media, wie wordt uitgenodigd voor een sollicitatiegesprek, hoe we een mail schrijven, … In deze les onderzoeken leerlingen van de tweede en derde graad secundair onderwijs welke waarden er achter deze AI-systemen zitten en welke waarden ontbreken.

Meer methodieken zoals deze

Methodeboek Creatief denken

Kleuters
Lager
Lerarenopleiding
Les

26 lessen en 108 werkvormen om van je leerlingen creatieve denkers te maken.

Prentenboek 'Feest in het bos'

Kleuters
Lager
Lerarenopleiding
Verhaal (+ les)

Moet elk cadeau nieuw en hip zijn? Zet je leerlingen aan het denken met dit prentenboek.

Make it work! For fourteen to eighteen year olds

Secundair
Les

Discover 'Make it work!' A teaching pack in collaboration with European project Sharepair that has been specially designed to inspire and sensitize pupils about the importance of repairing electrical and electronic devices.

Schrijf je in op onze nieuwsbrief

Blijf op de hoogte van nieuw lesmateriaal, vormingen en projecten en laat je inspireren door de verhalen van collega's. 

Inschrijven op de nieuwsbrief