Lesdoelen
- De leerlingen zoeken naar gemeenschappelijke kenmerken.
Vaardigheden
- Kritisch denken
Eindtermen
Lager
Nederlands
1.3.14 (4e jaar) De leerlingen kunnen doelgericht deelnemen aan mondelinge interactievormen zoals dialoog, discussie en groepsgesprek en hierbij de volgende interactiestrategieën toepassen:
- inspelen op de inbreng van de gesprekspartner(s);
- informatie, argument of mening in het gesprek inbrengen.
1.3.10 (6e jaar) De leerling kan doelgericht en genuanceerd deelnemen aan mondelinge interactievormen zoals dialoog, discussie en groepsgesprek en hierbij de volgende interactiestrategieën toepassen:
- voortbouwen op andermans ideeën;
- verbanden leggen tussen verschillende standpunten;
- argumenten bevragen en nuanceren;
- met ondersteuning tot een conclusie komen.
Attitudes
9.1.13 (4e jaar) De leerlingen weten dat persoonlijke identiteit een gelaagd en dynamisch karakter heeft.
9.1.15 (4e jaar) De leerlingen kunnen positieve en negatieve manieren van omgaan met diversiteit herkennen.
9.1.9 (6e jaar) De leerlingen weten dat collectieve identiteit een gelaagd en dynamisch karakter heeft.
9.1.13 (6e jaar) De leerlingen kunnen illustreren hoe diversiteit het samenleven verrijkend en uitdagend maakt.
Secundair
Burgerschap
7.02 De leerlingen reflecteren over het relationele, gelaagde en dynamische karakter van identiteit. (A-stroom, B-stroom, doorstroomfinaliteit, dubbele finaliteit, arbeidsmarkfinaliteit)
7.03 De leerlingen lichten toe hoe verschillende vormen van diversiteit verrijkend en uitdagend zijn voor het samenleven. (A-stroom, B-stroom, doorstroomfinaliteit, dubbele finaliteit, arbeidsmarkfinaliteit)
7.04 De leerlingen gaan geïnformeerd, beargumenteerd en constructief in dialoog over maatschappelijke thema’s. (A-stroom, B-stroom, doorstroomfinaliteit, dubbele finaliteit, arbeidsmarkfinaliteit)
Sociaal-relationele competenties
5.01 De leerlingen gaan respectvol en constructief met anderen in interactie rekening houdend met elkaars grenzen. (A-stroom, B-stroom, doorstroomfinaliteit, dubbele finaliteit, arbeidsmarkfinaliteit)
Nederlands
2.07/2.08 De leerlingen nemen doelgericht deel aan mondelinge en schriftelijke interactie. (A-stroom, B-stroom, doorstroomfinaliteit, dubbele finaliteit, arbeidsmarkfinaliteit)