Lesdoelen
- De kinderen weten dat iedereen moet eten en drinken.
- De kinderen ontdekken dat niet iedereen hetzelfde eet.
- De kinderen categoriseren soorten voedsel volgens zelfgekozen eigenschappen.
- De kinderen leren waar het voedsel vandaan komt en wat er moet gebeuren voor een klant het kan kopen.
Vaardigheden
- Argumenten geven
- Denken zichtbaar maken
- Kennis opbouwen
- Systeemdenken
Eindtermen
Kleuters
Wetenschappen en techniek
WT 3.2.2 De kleuters kennen verschillende voedingsmiddelen.
WT 3.2.3 De kleuters weten dat mensen eten en drinken om te groeien en te bewegen.
WT 3.2.4 De kleuters kunnen aangeven dat je moet eten wanneer je honger hebt en drinken wanneer je dorst hebt.
WT 3.3.1 De kleuters kennen de volgende begrippen: de honger, de dorst;
Nederlands
NL 1.3.1 De kleuters kunnen met aandacht luisteren.
NL 1.3.2 De kleuters kunnen gepast reageren op vragen en instructies.
NL 1.3.4 De kleuters kunnen op een voorgelezen verhaal reageren door voorspellingen te maken, vragen te stellen of verbanden te leggen met hun vakspecifieke kennis en voorkennis.
NL 1.4.3 De kleuters kunnen onder begeleiding hun woordenschat uitbreiden.
Kleuter: Aardrijkskunde
AK 4.2.3 De kleuters kennen de volgende begrippen met betrekking tot infrastructuur en hun interactie met landschappen: de landbouw: de akker, de boerderij, de stal, de koe, het schaap, het varken, het gewas; de handel en de diensten: de winkel, de markt, de bakkerij.