Lesdoelen
- De kinderen maken samen afspraken voor in de klas.
- De kinderen geven aan wat ze (niet) fijn vinden.
- De kinderen tonen of vertellen waarom ze iets (niet) fijn vinden.
Vaardigheden
- Argumenten geven
- Filosoferen
Eindtermen
Lager
Nederlands
Vierde leerjaar
1.3.14 De leerlingen kunnen doelgericht deelnemen aan mondelinge interactievormen zoals dialoog, discussie en groepsgesprek en hierbij de volgende interactiestrategieën toepassen:
• inspelen op de inbreng van de gesprekspartner(s);
• informatie, argument of mening in het gesprek inbrengen
Zesde leerjaar
1.3.6 De leerling kan ideeën, gedachten en verworven inzichten gestructureerd formuleren.
1.3.7 De leerling kan meningen beargumenteren op basis van zijn/haar vakspecifieke kennis en voorkennis.
1.3.10 De leerling kan doelgericht en genuanceerd deelnemen aan mondelinge interactievormen zoals dialoog, discussie en groepsgesprek en hierbij de volgende interactiestrategieën toepassen:
• voortbouwen op andermans ideeën;
• verbanden leggen tussen verschillende standpunten;
• argumenten bevragen en nuanceren;
• met ondersteuning tot een conclusie komen.
Attitudes
Vierde leerjaar
9.3.3 De leerlingen kunnen aangeven wat begrepen is en wat onduidelijk is.
9.3.5 De leerlingen kunnen luisteren naar wat de ander zegt en adequaat reageren.
Zesde leerjaar
9.3.4 De leerlingen kunnen positief en met vertrouwen communiceren met leeftijdsgenoten en volwassenen.