Lesdoelen
- De leerlingen analyseren hoe ongelijkheid ontstaat door de wisselwerking tussen identiteitskenmerken en machtsstructuren.
- De leerlingen identificeren hun eigen privileges als een ‘onzichtbare rugzak’ met voordelen die hun positie in de maatschappij beïnvloedt.
- De leerlingen maken het onderscheid tussen gelijkheid, gelijkwaardigheid en rechtvaardigheid op maatschappelijk niveau. Ze begrijpen dat het wegwerken van structurele drempels en ongelijkheid vraagt om aanpassingen van het systeem.
- De leerlingen formuleren minstens één haalbare maatregel om structurele drempels in de samenleving te verlagen. Zo worden privileges een ‘vanzelfsprekendheid’ voor iedereen.
- De leerlingen reflecteren op hun eigen verantwoordelijkheid als actieve burgers van een rechtvaardige samenleving.
Vaardigheden
- Actiegericht denken
- Kennis opbouwen
- Kritisch denken
- Oplossingsgericht denken
- Reflecteren
- Systeemdenken
Eindtermen
Secundair
Burgerschap
07.02 De leerlingen reflecteren over het relationele, gelaagde en dynamische karakter van identiteit. (doorstroom-, dubbele en arbeidsmarktfinaliteit)
07.03 De leerlingen lichten toe hoe verschillende vormen van diversiteit verrijkend en uitdagend zijn voor het samenleven.
07.04 De leerlingen gaan geïnformeerd, beargumenteerd en constructief in dialoog over maatschappelijke thema’s. (doorstroom-, dubbele en arbeidsmarktfinaliteit)
Nederlands
02.06 De leerlingen spreken en schrijven doelgericht. (doorstroomfinaliteit)
02.08 De leerlingen nemen doelgericht deel aan mondelinge en schriftelijke interactie. (doorstroomfinaliteit)
02.05 De leerlingen spreken en schrijven doelgericht. (dubbele en arbeidsmarktfinaliteit)
02.07 De leerlingen nemen doelgericht deel aan mondelinge en schriftelijke interactie. (dubbele en arbeidsmarktfinaliteit)
Leercompetenties
13.04 De leerlingen zoeken doelgericht informatie in diverse bronnen en verwerken die op een kritische en systematische manier. (doorstroom-, dubbele en arbeidsmarktfinaliteit)
Sociaal-relationele competenties
05.01 De leerlingen gaan respectvol en constructief met anderen in interactie rekening houdend met elkaars grenzen. (doorstroom-, dubbele en arbeidsmarktfinaliteit)