Lesdoelen
- De leerlingen onderzoeken oorzaken en gevolgen droogte en overstromingen.
- De leerlingen ervaren dat een gebeurtenis meerdere oorzaken en gevolgen kan hebben.
Vaardigheden
- Denken zichtbaar maken
- Systeemdenken
Eindtermen
Lager
Nederlands
1.3.14 (4e jaar) De leerlingen kunnen doelgericht deelnemen aan mondelinge interactievormen zoals dialoog, discussie en groepsgesprek en hierbij de volgende interactiestrategieën toepassen:
- inspelen op de inbreng van de gesprekspartner(s);
- informatie, argument of mening in het gesprek inbrengen.
1.3.10 (6e jaar) De leerling kan doelgericht en genuanceerd deelnemen aan mondelinge interactievormen zoals dialoog, discussie en groepsgesprek en hierbij de volgende interactiestrategieën toepassen:
- voortbouwen op andermans ideeën;
- verbanden leggen tussen verschillende standpunten;
- argumenten bevragen en nuanceren;
- met ondersteuning tot een conclusie komen.
Geschiedenis
5.2.7 (4e jaar) De leerlingen kunnen oorzaken en gevolgen van een gebeurtenis of een ontwikkeling verklaren.
Aardrijkskunde
4.2.10 (4e jaar) De leerlingen kennen de volgende begrippen met betrekking tot klimaatspecifieke en extreme weersverschijnselen:
- de orkaan, de tyfoon;
- de hittegolf, de sneeuwstorm, de waterbom.
Wetenschappen en techniek
3.7.1 (6e jaar) De leerlingen kennen de volgende begrippen: de wisselwerking, de wetenschap, de technologie, de technologische ontwikkeling, de wetenschappelijke ontdekking, de innovatie, de uitvinding, de duurzaamheid, de ecologische voetafdruk, de ethiek.
Secundair
Nederlands
02.06 De leerlingen nemen doelgericht deel aan eenvoudige mondelinge en schriftelijke interactie. (B-stroom)
02.07 De leerlingen nemen doelgericht deel aan mondelinge en schriftelijke interactie. (A-stroom)
Wiskunde, exacte wetenschappen, technologie
06.44 De leerlingen illustreren de wisselwerking tussen wetenschappen, technologie, wiskunde en de maatschappij aan de hand van maatschappelijke uitdagingen. (A-stroom)