Lesdoelen
- De leerlingen verkennen en vergelijken elkaars standpunten over de relatie tussen mens en natuur.
Vaardigheden
- Argumenten geven
- Denken zichtbaar maken
- Filosoferen
Eindtermen
Lager
Nederlands
1.3.10 (4e jaar) De leerlingen kunnen meningen met argumenten onderbouwen op basis van hun vakspecifieke kennis en voorkennis.
1.3.14 (4e jaar) De leerlingen kunnen doelgericht deelnemen aan mondelinge interactievormen zoals dialoog, discussie en groepsgesprek en hierbij de volgende interactiestrategieën toepassen:
- inspelen op de inbreng van de gesprekspartner(s);
- informatie, argument of mening in het gesprek inbrengen.
1.3.7 (6e jaar) De leerling kan meningen beargumenteren op basis van zijn/haar vakspecifieke kennis en voorkennis.
1.3.10 (6e jaar) De leerling kan doelgericht en genuanceerd deelnemen aan mondelinge interactievormen zoals dialoog, discussie en groepsgesprek en hierbij de volgende interactiestrategieën toepassen:
- voortbouwen op andermans ideeën;
- verbanden leggen tussen verschillende standpunten;
- argumenten bevragen en nuanceren;
- met ondersteuning tot een conclusie komen.
Geschiedenis
5.1.2 (6e jaar) De leerlingen weten hoe mensen tijdens de moderne tijd met de natuur omgingen, overleefden, samenleefden en dachten.
Wetenschappen en techniek
3.2.6 (4e jaar) De leerlingen kunnen voorbeelden geven van relaties tussen organismen onderling en hun omgeving.
3.2.3 (6e jaar) De leerlingen kennen diensten die het ecosysteem levert aan de mens.
3.2.4 (6e jaar) De leerlingen weten dat mensen een positieve en negatieve impact kunnen hebben op het ecosysteem.