Lesdoelen
• De leerlingen onderzoeken wat er nodig is voor een fijn leven in een gezonde gemeente.
• De leerlingen bedenken acties voor de gemeenteraad om hun gemeente kindvriendelijk te maken.
• De leerlingen verklaren het verband tussen een kindvriendelijke gemeente en de kinderrechten.
Vaardigheden
- Actiegericht denken
- Argumenten geven
- Creatief denken
- Kritisch denken
- Oplossingsgericht denken
Eindtermen
Lager
Aardrijkskunde
Vierde leerjaar
4.1.1 De leerlingen kennen de naam en de ligging van:
- - de schoolgemeente en eventuele deelgemeenten, en buurgemeenten;
- - de eigen regio;
4.3.1 De leerlingen kunnen m.b.t. aardrijkskundige vaardigheden: een digitale en analoge kaart hanteren, inclusief werken met legende, oriëntatie, (tussen)windrichtingen;
Attitudes
Vierde leerjaar
9.1.17 De leerlingen kennen hun voornaamste rechten en plichten onder het VN- kinderrechtenverdrag, waaronder recht op onderwijs; recht op privacy; recht op vrije tijd; recht op eigen identiteit; recht op veiligheid en bescherming.
9.1.18 De leerlingen weten dat volwassenen met de belangen van kinderen rekening moeten houden.
9.1.19 De leerlingen kunnen in hun eigen leefwereld herkennen hoe kinderrechten gewaarborgd of geschonden worden.
Geschiedenis
Vierde leerjaar
5.3.1 De leerlingen kennen de volgende begrippen met betrekking tot de principes van de democratische rechtsstaat: verkiezingen, vertegenwoordiging, macht, rechten, plichten, regels, afspraken, gelijkheid.
5.3.3 De leerlingen weten dat ontwikkelingen in de bestudeerde samenlevingen een invloed hebben uitgeoefend op hedendaagse samenlevingen:
- (on)vrijheid, (on)gelijkheid, (on)verdraagzaamheid, oorlog en vrede;
Zesde leerjaar
5.3.1 De leerlingen kennen de begrippen met betrekking tot de principes van de democratische rechtsstaat: democratie, regering, parlement, rechtbank, bescherming, wetten, grondwet, vrijheid.
Nederlands
Vierde leerjaar
1.3.10 De leerlingen kunnen meningen met argumenten onderbouwen op basis van hun vakspecifieke kennis en voorkennis.
1.3.14 De leerlingen kunnen doelgericht deelnemen aan mondelinge interactievormen zoals dialoog, discussie en groepsgesprek en hierbij de volgende interactiestrategieën toepassen:
• inspelen op de inbreng van de gesprekspartner(s);
• informatie, argument of mening in het gesprek inbrengen.
Zesde leerjaar
1.3.6 De leerling kan ideeën, gedachten en verworven inzichten gestructureerd formuleren.
1.3.7 De leerling kan meningen beargumenteren op basis van zijn/haar vakspecifieke kennis en voorkennis.
1.3.10 De leerling kan doelgericht en genuanceerd deelnemen aan mondelinge interactievormen zoals dialoog, discussie en groepsgesprek en hierbij de volgende interactiestrategieën toepassen:
• voortbouwen op andermans ideeën;
• verbanden leggen tussen verschillende standpunten;
• argumenten bevragen en nuanceren;
• met ondersteuning tot een conclusie komen.