Lesdoelen
- De leerlingen verwoorden de betekenis van verschillende waarden, gelinkt aan fair trade.
- De leerlingen onderzoeken tijdens een filosofisch gesprek het begrip ‘rechtvaardigheid’.
Vaardigheden
- Argumenten geven
- Filosoferen
Eindtermen
Lager
Nederlands
Vierde leerjaar
1.3.14 De leerlingen kunnen doelgericht deelnemen aan mondelinge interactievormen zoals dialoog, discussie en groepsgesprek en hierbij de volgende interactiestrategieën toepassen:
• inspelen op de inbreng van de gesprekspartner(s);
• informatie, argument of mening in het gesprek inbrengen
Zesde leerjaar
1.3.6 De leerling kan ideeën, gedachten en verworven inzichten gestructureerd formuleren.
1.3.7 De leerling kan meningen beargumenteren op basis van zijn/haar vakspecifieke kennis en voorkennis.
1.3.10 De leerling kan doelgericht en genuanceerd deelnemen aan mondelinge interactievormen zoals dialoog, discussie en groepsgesprek en hierbij de volgende interactiestrategieën toepassen:
• voortbouwen op andermans ideeën;
• verbanden leggen tussen verschillende standpunten;
• argumenten bevragen en nuanceren;
• met ondersteuning tot een conclusie komen.
Aardrijkskunde
Zesde leerjaar
4.2.8 De leerlingen weten dat er verschillende niveaus van welvaart zijn.
4.2.9 De leerlingen kunnen vergelijkingen maken binnen en tussen landen d.m.v. aardrijkskundige indicatoren:
- oppervlakte;
- bevolkingsaantal;
- bevolkingsdichtheid;
- welvaartsniveau.
Attitudes
Vierde leerjaar
9.3.5 De leerlingen kunnen luisteren naar wat de ander zegt en adequaat reageren.
Zesde leerjaar
9.3.4 De leerlingen kunnen positief en met vertrouwen communiceren met leeftijdsgenoten en volwassenen.
Geschiedenis
Zesde leerjaar
5.3.2 De leerlingen kunnen de relatie tussen heden, verleden en toekomst verwoorden met betrekking tot de bestudeerde samenlevingen:
- materieel en immaterieel erfgoed;
- racisme en discriminatie;
- organisatie van samenleving en dialoog: democratische instellingen, dictatorschap.