Lesdoelen
- De leerlingen onderzoeken in welke mate de kenmerken van een democratie worden gerespecteerd in bepaalde landen en/of actuele, politieke gebeurtenissen.
- De leerlingen geven hun standpunt over het belang van verkiezingen.
Vaardigheden
- Argumenten geven
- Kennis opbouwen
- Kritisch denken
- Reflecteren
Eindtermen
Lager
Mens en maatschappij
MM 1.2 De leerlingen kunnen beschrijven wat ze voelen en wat ze doen in een concrete situatie en kunnen illustreren dat zowel hun gedrag als hun gevoelens situatiegebonden zijn.
MM 2.14 De leerlingen kunnen op een eenvoudige wijze uitleggen dat verkiezingen een basiselement zijn van het democratisch functioneren van onze instellingen.
Attitudes
Zesde leerjaar
9.3.4 De leerlingen kunnen positief en met vertrouwen communiceren met leeftijdsgenoten en volwassenen.
Geschiedenis
Zesde leerjaar
5.3.1 De leerlingen kennen de begrippen met betrekking tot de principes van de democratische rechtsstaat: democratie, regering, parlement, rechtbank, bescherming, wetten, grondwet, vrijheid.
Nederlands
Vierde leerjaar
1.3.14 De leerlingen kunnen doelgericht deelnemen aan mondelinge interactievormen zoals dialoog, discussie en groepsgesprek en hierbij de volgende interactiestrategieën toepassen:
● inspelen op de inbreng van de gesprekspartner(s);
● informatie, argument of mening in het gesprek inbrengen.
Zesde leerjaar
1.3.6 De leerling kan ideeën, gedachten en verworven inzichten gestructureerd formuleren.
1.3.7 De leerling kan meningen beargumenteren op basis van zijn/haar vakspecifieke kennis en voorkennis.
1.3.10 De leerling kan doelgericht en genuanceerd deelnemen aan mondelinge interactievormen zoals dialoog, discussie en groepsgesprek en hierbij de volgende interactiestrategieën toepassen:
• voortbouwen op andermans ideeën;
• verbanden leggen tussen verschillende standpunten;
• argumenten bevragen en nuanceren;
• met ondersteuning tot een conclusie komen.
Secundair
Burgerschap
1e graad: A-stroom en B-stroom
07.01 De leerlingen lichten de betekenis, de principes en de werking van de democratische rechtsstaat en hun verantwoordelijkheid daarin toe.
Sociaal-relationele competenties
1e graad: A-stroom en B-stroom
05.01 De leerlingen gaan respectvol en constructief met anderen in interactie rekening houdend met elkaars grenzen.