Lesdoelen
- De leerlingen verkennen wat een thuis betekent voor zichzelf.
- De leerlingen verkennen wat een thuis kan betekenen voor anderen.
- De leerlingen onderzoeken wat je kan doen om iemand zich thuis te laten voelen.
Vaardigheden
- Filosoferen
- Reflecteren
Eindtermen
Lager
Nederlands
Vierde leerjaar
1.3.10 De leerlingen kunnen meningen met argumenten onderbouwen op basis van hun vakspecifieke kennis en voorkennis.
1.3.14 De leerlingen kunnen doelgericht deelnemen aan mondelinge interactievormen zoals
dialoog, discussie en groepsgesprek en hierbij de volgende interactiestrategieën
toepassen:
• inspelen op de inbreng van de gesprekspartner(s);
• informatie, argument of mening in het gesprek inbrengen
Zesde leerjaar
1.3.6 De leerling kan ideeën, gedachten en verworven inzichten gestructureerd formuleren.
1.3.7 De leerling kan meningen beargumenteren op basis van zijn/haar vakspecifieke kennis en voorkennis
1.3.10 De leerling kan doelgericht en genuanceerd deelnemen aan mondelinge interactievormen zoals dialoog, discussie en groepsgesprek en hierbij de volgende interactiestrategieën toepassen:
• voortbouwen op andermans ideeën;
• verbanden leggen tussen verschillende standpunten;
• argumenten bevragen en nuanceren;
• met ondersteuning tot een conclusie komen.
Attitudes
Vierde leerjaar
9.1.13 De leerlingen weten dat persoonlijke identiteit een gelaagd en dynamisch karakter heeft.
9.3.2 De leerlingen kunnen zelfstandig, in duo en in groep werken zonder storend gedrag te vertonen.
9.3.5 De leerlingen kunnen luisteren naar wat de ander zegt en adequaat reageren.
Zesde leerjaar
9.3.4 De leerlingen kunnen positief en met vertrouwen communiceren met leeftijdsgenoten en volwassenen.
9.3.5 De leerlingen kunnen een toegewezen rol binnen een groepswerk doelgericht invullen.
Geschiedenis
Vierde leerjaar
5.3.4 De leerlingen kunnen uitleggen hoe persoonlijke identiteit mee gevormd wordt door het verleden:
● familiebanden;
● aandenken;