Lesdoelen
- De leerlingen onderzoeken oorzaken en gevolgen van een gebeurtenis.
- De leerlingen ervaren dat een gebeurtenis meerdere oorzaken en gevolgen kan hebben.
Vaardigheden
- Denken zichtbaar maken
- Systeemdenken
Eindtermen
Kleuters
Nederlands
1.3.9 De kleuters kunnen actief deelnemen aan mondelinge interactievormen zoals kringgesprekken, samen spelen, gesprekken met gekende volwassenen en hierbij de volgende interactiestrategieën toepassen:
- op een gepaste manier het woord nemen en vragen;
- elkaar laten uitspreken;
- inspelen op wat anderen zeggen;
- standaardformules gebruiken bij het groeten, aanspreken, bedanken en vragen.
Wiskundige initiatie
2.4.19 De kleuters kunnen als ... dan ... uitspraken gebruiken.
Lager
Attitudes
Vierde leerjaar
9.3.3 De leerlingen kunnen aangeven wat begrepen is en wat onduidelijk is.
9.3.5 De leerlingen kunnen luisteren naar wat de ander zegt en adequaat reageren.
Zesde leerjaar
9.3.4 De leerlingen kunnen positief en met vertrouwen communiceren met leeftijdsgenoten en volwassenen.
9.3.5 De leerlingen kunnen een toegewezen rol binnen een groepswerk doelgericht invullen.
Geschiedenis
Vierde leerjaar
5.2.7 De leerlingen kunnen oorzaken en gevolgen van een gebeurtenis of een ontwikkeling verklaren.
Zesde leerjaar
5.2.3 De leerlingen kunnen typische historische vragen stellen met betrekking tot:
- continuïteit-verandering;
< bv. wat veranderde er voor vrouwen in de 20e eeuw? > - oorzaak-gevolg.
< bv. welke impact had de Europese handel op het Kongo-koninkrijk?, waarom werd de Muur van Berlijn afgebroken? >
5.2.4 De leerlingen kunnen hun gedachten ordenen om typische historische vragen te beantwoorden met betrekking tot:
- continuïteit-verandering;
- oorzaak-gevolg.
Nederlands
Vierde leerjaar
1.2.7 De leerling kan het kernidee van teksten of mondelinge informatie uit vakdisciplines in eigen woorden formuleren.
1.3.2 De leerlingen kunnen informatie uit een tekst combineren om tot een logische conclusie te komen.
1.3.14 De leerlingen kunnen doelgericht deelnemen aan mondelinge interactievormen zoals dialoog, discussie en groepsgesprek en hierbij de volgende interactiestrategieën toepassen:
- inspelen op de inbreng van de gesprekspartner(s)
- informatie, argument of mening in het gesprek inbrengen.
Zesde leerjaar
1.1.3 De leerling kan expliciete en impliciete informatie uit een tekst combineren om tot een logische conclusie te komen.
1.3.2 De leerlingen kunnen informatie uit een tekst combineren om tot een logische conclusie te komen.
1.3.10 De leerling kan doelgericht en genuanceerd deelnemen aan mondelinge interactievormen zoals dialoog, discussie en groepsgesprek en hierbij de volgende interactiestrategieën toepassen:
- voortbouwen op andermans ideeën;
- verbanden leggen tussen verschillende standpunten;
- argumenten bevragen en nuanceren;
- met ondersteuning tot een conclusie komen.
Secundair
Nederlands
02.06 De leerlingen nemen doelgericht deel aan eenvoudige mondelinge en schriftelijke interactie. (B-stroom)
02.07 De leerlingen nemen doelgericht deel aan mondelinge en schriftelijke interactie. (A-stroom)